Zwarte stern werkgroep

De zwarte stern

De zwarte stern behoort tot de familie van de sternen en samen met de witvleugel- en witwangstern heeft hij de voorkeur om te broeden in natte moerasachtige gebieden. Al eeuwen broedt de vogel in Nederland daarom onder andere in de open gebieden in het Groene Hart, dus ook in de Krimpenerwaard.

Na het broedseizoen vertrekt de vogel naar Afrika, waar hij verblijft op zee voor de kust van Namibië. In etappes komt hij in het voorjaar weer terug naar de broedgebieden die zich uitstrekken van Nederland tot Siberië. In Nederland broeden naar schatting 1400-1450 paartjes (2019, zie figuur 1) zwarte stern. Naar schatting 50.000 paar trekken jaarlijks door Nederland op weg naar Oost-Europa en Siberië.

De vogel broedde in Noordwest-Europa altijd op krabbenscheer, die dikke matten vormde en waarop hij een simpel uitgevoerd nestje maakte om de eitjes uit te broeden. In Nederland broedden destijds tienduizenden paartjes. Deze aantallen zijn sinds de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw hard achteruit gegaan. De belangrijkste oorzaak voor deze neergang is het veranderde waterbeheer, dat onder andere is gericht op het vastzetten van het waterpeil, waardoor het krabbenscheer geen kans meer heeft om matten te vormen in de poldersloot. Hierdoor verdween nagenoeg alle van nature geschikte nestgelegenheid (Van der Winden 2010) en is tevens de voedselkwaliteit en de beschikbaarheid van voedsel onvoldoende geworden. In de Krimpenerwaard beweert men wel eens dat de zwarte stern de graadmeter is voor natuur. De laatste paar jaar gaat het beter met de beschikbaarheid van voedsel door een verbetering van de waterkwaliteit.

Om toch de zwarte stern tot broeden te laten komen en zo te behouden worden sinds de tachtiger jaren als alternatief vlotjes uitgelegd in geschikte watergangen met gele plomp of krabbenscheer. Het uitleggen (en weer uit het water halen) van die vlotjes is een arbeidsintensief klusje waar vele vrijwilligers zich mee bezig houden. Dat heeft wel als voordeel dat de locaties van die vlotjes bekend zijn, waardoor het monitoren gemakkelijker is. Nadelen zijn dat het veel (vrijwilligers-)werk meebrengt en dat er materiaalkosten aan zijn verbonden.

figuur 1 – broedlocaties Zwarte stern, 2019. Bron Sovon

Hoe doen we dat in de Krimpenerwaard?

Sinds de tachtiger jaren worden er in de Krimpenerwaard al vlotjes uitgelegd. Bekende namen daarbij zijn onder andere Marcel Schildwacht, Rudi Terlouw, Maurice Kruk, Wim Sloof en Joke Colijn. Met de uitbreiding van de werkzaamheden en het aantal vrijwilligers, en met de behoefte aan onderlinge afstemming van de NVWK-activiteiten met die van het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard en van het Zuid-Hollands Landschap is in de loop van 2021 de NVWK Zwarte stern werkgroep opgericht. Deze werkgroep maakt deel uit van de NVWK Weidevogelwerkgroep.

Ieder jaar worden de vlotjes rond 25 april uitgelegd in poldersloten met een bedekking van plompenblad of krabbenscheer. Deze datum valt samen met het moment waarop de eerste zwarte sterns in de Krimpenerwaard op verkenning komen. De vlotjes worden in kolonieverband uitgelegd, want de zwarte stern is een koloniebroeder. Door dat kolonieverband staan ze samen sterk en kunnen ze zich beter verdedigen tegen predatoren. Een kolonie bestaat meestal uit 8 tot maximaal 20 vlotjes, afhankelijk van de omstandigheden van de sloot, met een tussenruimte van ongeveer 5 meter. De zwarte stern wil buren, maar ook weer niet te dichtbij! Bij de bezetting van de kolonie wordt er gevochten om de beste plaatsen en de sterkste mannetjes bezetten de meest in het midden gelegen vlotjes. Midden in de groep zit je nu eenmaal veiliger. Eind mei begint het broeden en veel nesten hebben dan 3 eieren (jonge vrouwtjes leggen maar 2 eieren). Wanneer die na ongeveer 21 dagen uitkomen begint het echte werk van het voederen, wat pas na ruim 20 dagen stopt. Al die tijd blijven de jonge pullen op of in de buurt van het nestvlotje.

Uiteindelijk vertrekken ze dan met hun ouders naar een verzamelplaats in het IJsselmeer, het opgespoten eiland “De Kreupel” om op te vetten en vandaar uit, samen met duizenden vanuit Oost-Europa en Siberië terugkerende zwarte sterns, naar Namibië te vertrekken.
Dan komt het moment waarop door onze vrijwilligers de vlotjes weer uit het water worden gehaald, te drogen worden gelegd en waar nodig worden gerepareerd en is de cirkel weer rond.

Toekomst

De komende jaren willen we ons inspannen om, met als leidraad het Kansenboek Zwarte stern Krimpenerwaard (zie “documenten”), niet alleen de zwarte stern (2021: 186 broedparen) voor de Krimpenerwaard te behouden, maar er aan te werken om in 2027 het aantal broedparen op 250 te brengen.

Trekt u zich het lot van deze bijzondere stern aan en wilt u meehelpen met de jaarlijkse werkzaamheden? Meld u dan aan bij de coördinator zwarte stern Krimpenerwaard: maxossevoort@gmail.com of bel: 06-58870179.

Foto’s: Max Ossevoort

Jaarverslagen:

Voor extra informatie:

Sovon: https://stats.sovon.nl/stats/soort/6270







Coördinator werkgroep zwarte stern

Max Ossevoort

Max legt, samen met andere vrijwilligers, al sinds 2001 zwarte stern vlotjes uit in de Krimpenerwaard. In 2021 is de Zwarte stern-werkgroep NVWK opgericht. Vanuit zijn rol als coördinator NVWK-werkgroep zwarte stern coördineert Max ook de activiteiten voor de zwarte stern van het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard en het Zuid-Hollands Landschap.

Max is bereikbaar via maxossevoort@gmail.com en 06-58870179