Offer geen weidevogel leefgebied op voor een villawijk

Weidevogels als grutto, kievit en scholekster kelderen in aantal; de belangrijkste oorzaak daarvan is het verlies van geschikte broed- en opgroeigebieden met voldoende vocht, rust en voedsel. Behoud dan in ieder geval wat er is, zou je zeggen. Ergerlijk genoeg gebeurt het regelmatig dat gemeenten en provincies bouwprojecten toestaan in leefgebied van boerenlandvogels.

In Nederland is de strijd om grond groot. Het tekort aan woningen is enorm, mensen willen ontspannen, Er is een grote landbouwsector, er is land nodig voor windmolens en zonneparken, wegen, noem maar op. En ondertussen gaat het echt slecht met de weidevogels in Nederland, terwijl we internationale verplichtingen hebben om soorten als grutto, kievit, scholekster  en tureluur een bestaan te geven in ons land.

Bezorgde burgers en boeren

Men zou denken dat de Nederlandse wet- en regelgeving ten aanzien van ruimtelijke ordening hier rekening mee houdt. Maar niets is minder waar. Uit verschillende hoeken van het land ontvangt Vogelbescherming Nederland berichten van bezorgde burgers, boeren en organisaties, die tandenknarsend toe moeten zien hoe gemeenten en provincies de aanleg van villaparken, woonwijken en compensatieprojecten toestaan, precies op de laatste postzegeltjes leefgebied van onze schaars wordende weidevogels.

Meer lezen zie onderstaande link

https://www.vogelbescherming.nl/

Bron; Vogelbescherming

Stoepplantjes zijn belangrijk!

Hoe vaak lopen we niet achteloos langs stoepplantjes, we zien ze niet eens. Maar ze zijn ook bewoners van de stad of het dorp waar we wonen. Ze zijn al heel lang onder ons en hoewel ze een onopvallend bestaan leiden – het zijn taaie rakkers. En ze zijn belangrijk!

Stoepplantjes zijn belangrijk
In een stad van alleen maar steen, zonder groen, wordt het in de zomer erg heet. Regenwater kan niet goed weglopen en insecten vinden er weinig te eten. Het is fijn als mensen tuinen maken maar de wilde plantjes, die vanzelf in de stad groeien, zijn minstens even belangrijk voor de afkoeling en de biodiversiteit. Jammer genoeg vinden de meeste mensen het erg slordig staan, al dat ‘onkruid’ dat zomaar vanzelf groeit.

Soms staan die wilde plantjes in de weg, maar vaak niet. Dan is het fijn als ze blijven staan.
Als mensen meer van plantjes weten en ze beter bekijken gaan ze ze leuk vinden, denken de mensen van de Hortus. En dan mag er vast meer blijven groeien.
Maar – wat groeit er eigenlijk, is het waar dat daar allerlei beestjes van leven, kunnen die stoepplantjes goed tegen het veranderende klimaat? Heel veel vragen waar jij bij kunt helpen!
Om te beginnen, hebben alle mensen samen heel veel ogen, en die kunnen samen goed kijken welke planten waar staan. Als iedereen z’n kleine stukje onderzoekt, weten we al gauw van de hele stad en misschien wel van het hele land welke plantjes waar groeien.

Wat nou zo leuk aan stoepplantjes is: je mag ze echt onderzoeken. Het zijn maar ‘onkruidjes’, dus als je er eens eentje plukt voor een proefje, of je verzamelt zaadjes, is dat prima. Je kunt er allerlei leuke dingen mee doen.  En handen wassen achteraf, je weet nooit of er een hondje geplast heeft.

Let op: als je een proefstukje van 1 bij 2 meter hebt (zie bij Onderzoek) pluk je natuurlijk niet in je proefstukje!

Klik hier voor het nieuws over stoepplantjes.

Volg Stoepplantjes ook op social media!
Voor foto’s, tips, weetjes en om in contact te komen met andere stoepplantjesliefhebbers!
Twitter
Instagram
Facebook

Altijd een sensatie om te zien: kolibrievlinder

Het is zeker geen zeldzaamheid, maar toch is bijna iedereen die een kolibrievlinder te zien krijgt enthousiast. Het is dan ook door het gedrag een bijzondere vlinder en het is altijd onverwacht als je er een ziet. Zo is hij er en zo is hij ook weer verdwenen.

Zie hier het volledige bericht van De Vlinderstichting; https://www.naturetoday.com/

Foto header door Joke Colijn

Geef blauwalg door met de Bloomin’ Algae-app

In de zomer teisteren blauwalgen het oppervlaktewater. Blauwalgen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier. Officiële zwemwaterlocaties worden vaak goed in de gaten gehouden, maar blauwalgen bloeien ook op plekken waar veel minder of geen toezicht is. Daarom hebben wetenschappers van Wageningen University & Research een gratis app ontwikkeld waar je nu zelf blauwalg kunt melden.

De wetenschappers vragen geïnteresseerden om de gratis Bloomin’ Algae-app te downloaden en details van vermoedelijke blauwalgenbloei te melden met een foto. Blauwalgen zijn te herkennen aan een blauwgroene tot roodbruine verfachtige laag die drijft op het wateroppervlak. Ze kunnen van nature voorkomen in vijvers, meren, rivieren, reservoirs en kanalenen en giftig zijn voor iedereen die besmet water inslikt of er huidcontact mee heeft. Mensen die in contact komen met de blauwalgen, zoals zwemmers en surfers, kunnen last krijgen van huiduitslag, braken, diarree, koorts of spier- en gewrichtspijn. Bloei van blauwalgen kan sterfte van vissen, watervogels, paarden, honden en andere dieren veroorzaken.

Verder lezen en meer informatie zie; https://www.naturetoday.

Bron: Naturetoday.com

Uilen ringen en moeilijke woorden leren met groep 6 van basisschool Het Mozaiek

De kinderen van groep 6 van basisschool het Mozaïek uit Krimpen aan den IJssel kregen op dinsdagmorgen 6 juli een les over uilen en over waarom het belangrijk is dat ze geringd worden. Ook de NVWK zelf werd hierbij, als vereniging, kort belicht. Op veel vragen wisten de kinderen een antwoord, maar op de vraag wat biometriegegevens zijn en wat dispersie is, hadden ze geen antwoord. De meester en de stagiair van ‘uilenmeneer’ Stefan overigens ook niet…

In een uur kregen de leerlingen een stoomcursus krimpenerwaarduilen. Bosuil, ransuil, kerkuil en steenuil kwamen voorbij, aangevuld met de velduil en de oehoe die niet in de krimpenerwaard broeden. Verschillen in oogkleur, braakballen, geluiden; het passeerden allemaal de revue. Ze leerden ook dat het ook dit jaar best wel goed gaat met de kerkuil en dat het juist helemaal niet goed gaat met de steenuil. Van de laatste twee stond een opgezet exemplaar in de klas die door veel kinderen goed werden bekeken. Het doel van de les was om de klas goed voor te bereiden op een ringsessie. Het ringen zelf kan daarmee zo kort mogelijk duren (de kinderen weten wat er gaat gebeuren); dit in verband met het welzijn van de dieren.

Later op de dag ging de helft van de klas naar een adres in Berkenwoude en de andere helft naar Stolwijk. Op beide adressen zaten er vier kerkuiljongen in de uilenkast, die voorzichtig door medewerkers uilenwerkgroep naar beneden werden gehaald. De jongen werden voorzien van een ring. Alle kinderen hadden de opdracht gekregen om aan de hand van de vleugellengte te bepalen hoe oud de jongen waren en of de jongen goed op gewicht zijn. Er zijn hiervoor standaard gegevens beschikbaar, die verkregen zijn bij jarenlang onderzoek naar kerkuilen. De ringer (Cor Oskam van vogelringstation Nebularia) mat de vleugels op waarna de kinderen volgens een tabel uitzochten hoe oud de jongen waren. De ringer vertelde onder andere dat door hem geringde uilen tot aan de Zwarte Zee werden teruggevonden. Een klein lesje topografie en de kinderen wisten waar dat helemaal was. 

Alle kinderen vonden de kuikens overigens mooi, de ringer vond ze echt lelijk. Nou ja; verschil moet er zijn. En wat zijn nu eigenlijk biometriegegevens? Dat is het gewicht, de vleugellengte en kop-snavellengte van een uil; kortom: lichaamskenmerken. Dispersie betekent verspreiding, specifiek van jongen die een eigen gebied op (moeten) gaan zoeken. Weer wat geleerd!  

Tekst en foto: Uilenwerkgroep NVWK

Inspraakreactie NVWK op RES 1.0

Gemeenteraad Krimpenerwaard is akkoord met RES 1.0

De Regionale Energiestrategie zet in op zonnepanelen, grootschalig op daken, in kleine zonnevelden, in de Krimpenerwaard in de berm van de N210 en beperkt in agrarisch gebied in het westen van de Krimpenerwaard. Zie het Kontakt.

Inspraakreactie NVWK op RES 1.0

Hieronder is onze inspraakreactie. Wat we daarin opmerken over panelen in bermen geldt ook voor panelen op agrarische percelen: verken of dit vermeden kan worden door enkele windturbines te plaatsen bij bedrijfsterreinen langs de N11 en A12. Wij vinden dat zonnepanelen niet ten koste mogen gaan van biodiversiteit en landbouwgrond. Landbouwgrond waar bovendien (bij Krimpen ad Lek) veel weidevogels zitten. Daar komt nog eens bij dat er steeds meer beroep wordt gedaan op boeren om te extensiveren. Met minder grond wordt dat moeilijker. Niet alles kan.

NVWK doet mee met Herman de Manmaand; maand vol activiteiten

Herman de Man Herman de Man is één van de bekendste Nederlandse schrijvers van literaire streekromans. Van 8 juli t/m 8 augustus wordt in de Lopiker- en Krimpenerwaard, in de vierhoek IJsselstein – Schoonhoven – Gouda – Woerden, een Herman de Manmaand georganiseerd. Langs vijf verschillende fietsroutes kan men dan in de weekenden onderweg afstappen voor leuke en informatieve activiteiten die in meer of mindere mate in het teken staan van Herman de Man. Omdat hij er gewoond heeft, die boerderij, dat café, die rivier of wetering of dat land een rol in een van zijn boek(en) gespeeld heeft of omdat daar opnames voor de tv-serie Het wassende water hebben plaatsgevonden.

De ruim 50 verschillende activiteiten staan genoemd op www.hermandeman.nl: vaartochten, stadswandelingen, vertelvoorstellingen, boerderij- en tuinbezoeken, boekselen, oldtimer trekkertoertocht, arrangementen, enzovoorts. Ze zijn meestal op zaterdag en/of zondag, veelal tussen 10-16 uur. De fietsroutes, een groot deel van de agenda en heel veel meer wetenswaardigheden staan inmiddels online. Hier kunt u een leuk promo-filmpje bekijken.

NVWK doet mee

De NVWK organiseerde de cursus ‘NVWK geeft erven vleugels’ en gaf 70 erfeigenaren advies hoe je vogels kunt lokken naar het erf of de tuin. Enkele oud-deelnemers aan de cursus stellen hun tuinen/erven een dag open in het kader van de Herman de Man maand. Ze vertellen u graag over de beplanting (bomen, struiken, kruiden) die ze voor vogels en insecten hebben aangebracht en welke nest- en schuilgelegenheid hun erf biedt voor vogels. Op twee locaties worden er vertelvoorstellingen gegeven, gebaseerd op het werk van Herman de Man. De open tuinen/erven worden opgenomen in vijf fietsroutes die de stichting Het Platteland uitzet door het zogeheten Land van Herman de Man: de vierhoek Woerden-IJsselstein-Schoonhoven-Gouda.

Op de volgende data kunt u de tuinen van de vogelerfeigenaren bezoeken:

Zaterdag 10 juli 10.00-16.00 uur: Ab en Adri Bongers, Bovenberg 118, Bergambacht

Zondag 11 juli 10.00-16.00 uur: Jaap Graveland, Westeinde 37, Berkenwoude

In het weekend van 17 (10.00-16.00 uur) en 18 juli (12.00-16.00 uur): Herman Groothuis, Oost-Vlisterdijk 42,  Vlist. Op deze locatie is op zaterdag een scene van Maria en haar timmerman te zien en op zondag de vertelvoorstelling Het wassende water. Hiervoor is reserveren wel noodzakelijk.

In het weekend van 24 juli en 25 juli, 10.00 -16.00 uur: Greethje van Royen en Jaap van der Laan, Zuidbroek 138, Bergambacht

Zaterdag 31 juli, 10.00-16.00 uur: Elize Rehorst-Anker van de Lekbongerd, Lekdijk West 85, Schoonhoven. Op deze locatie is ’s middags enkele keren de vertelvoorstelling Stoombootje in de mist te beluisteren..

Informatie is verder te vinden op: www.hermandeman.nl en facebook.com/HermandeManschrijver.

Oproep melden jonge ransuilen in de Krimpenerwaard

Ieder jaar zoekt de uilenwerkgroep van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVWK) al fietsend de Krimpenerwaard af naar jonge ransuilen. Op deze manier krijgen ze een goed beeld van het aantal (broedgevallen) ransuilen in de Krimpenerwaard en hoe het met deze mooie vogels gaat. Helpt u mee? Hoort of ziet u (jonge) ransuilen in de Krimpenerwaard, dan kunt u dit doorgeven aan de uilenwerkgroep van de NVWK.

Ransuilen komen in de Krimpenerwaard in een groot scala aan gebieden voor, variërend van agrarisch gebied tot open bos, bosranden en parken. Maar ook in bebouwingslinten en dorp (randen) komen ze voor. Zolang er maar een open terrein met veel muizen om te jagen in de buurt is. Broeden doen ze meestal in oude kraaien- of eksternesten.

De jonge ransuilen verlaten al snel het nest en omdat ze dan nog niet goed kunnen vliegen, klimmen ze door de naburige boomtakken. Vanaf eind juni tot en met augustus is na zonsondergang de bedelroep van de jonge ransuilen goed te horen. Zodra het donker wordt beginnen de jonge uilen naar hun ouders te roepen om voedsel. Dit geluid wordt wel vergeleken met piepende schommels. Wilt u weten hoe dit klinkt?

Er zijn diverse filmpjes op Youtube te vinden, zoals https://www.youtube.com/watch?v=oMet0XiKUH

Locaties worden niet openbaar gemaakt om verstoring van de uilen (maar ook van de omwonenden) te voorkomen. 

Voor meldingen van (jonge) ransuilen in de Krimpenerwaard kunt u ons bereiken via uilenwerkgroep@nvwk.nl of 06-1156 8298

Landelijke tuinvlindertelling in juli 2021

Juli is dé vlindermaand bij uitstek. Daarom organiseert De Vlinderstichting van 3 t/m 25 juli de landelijke tuinvlindertelling. Om mee te doen is één keer tellen al voldoende. Maar vaker mag ook! Of je nu een tuin of een balkon hebt: iedereen kan meedoen. 

Voor meer informatie en deelname zie http://www.vlindermee.nl/ of download de app https://www.vlinderstichting.nl/vlindermee/app-vlinder-mee/

Bron: tekst vlinderstichtring

Eerste torenvalken geringd in 2021

De roofvogelwerkgroep van de NVWK is vorig jaar begonnen met de voorbereidingen van een heus torenvalkonderzoek. De aanleiding was dat de torenvalk sinds 2017 door de Stichting Vogelonderzoek Nederland (SOVON) op de rode lijst is geplaatst. Dat betekent dat het slecht gaat met de torenvalk in Nederland. De doelstelling van het onderzoek is dat we, vanaf 2021, gedurende drie jaar inzicht willen krijgen in het aantal broedende torenvalken in de Krimpenerwaard en hun jaarlijkse reproductie succes vast willen stellen.

Erik Kleyheeg ringt een jonge torenvalk, foto: Max Ossevoort

Een van de maatregelen die we daartoe nemen is het ringen van de jonge torenvalken, waardoor we ook de verspreiding van deze geringde vogels kunnen volgen. Ze krijgen daarvoor niet alleen een metalen ring, maar ook  een duidelijk herkenbare en gemakkelijk afleesbare kunststofring. In de Krimpenerwaard hangen 92 torenvalkkasten die wekelijks gemonitord worden om tijdig vast te kunnen stellen wanneer de pullen geringd kunnen worden.

Op 15 juni was het dan zo ver: In een van de kasten waren de jongen groot genoeg om geringd te worden. Dat ringen, zie ook de foto’s, gebeurde door Erik Kleyheeg, een van de ringers van Nebularia, tevens gewaardeerd lid van de NVWK, met assistentie van twee leden van de Roofvogelwerkgroep NVWK.

In de komende weken zullen er nog meerdere jongen voorzien worden van twee ringen. Op maandag 21 juni staat het volgende ringmoment op de kalender, waarbij ook leden van de Jeugdwerkgroep het ringen mogen bekijken.

Foto header: jonge torenvalk met ringen, foto: Max Ossevoort