Dit broedseizoen, 2026, lijken de ransuilen vrij vroeg te zijn gestart met broeden. De eerste ransuil jongen, we noemen die “takkelingen” zijn alweer waargenomen in onze Krimpenerwaard. Voor de uilenwerkgroep is het daarom nú de beste tijd om de uilskuikens te inventariseren. Helpt u mee?
Ransuil broedgevallen zijn lastig te inventariseren; het is een vrij stille uil. De uilskuikens roepen juist heel veel. Die bedelroep van een jonge ransuil is al van ver goed hoorbaar, vooral op windstille avonden. Takkelingen kunnen (nog) niet vliegen en zitten in de buurt van het nest in bomen of struikgewas. Ze roepen om de tien à twintig seconden. Hun bedelroep is het best te vergelijken met het snerpende geluid van een ongeoliede piepende schommel. Het langgerekte ieeeee – ieeeee gaat maar door. Jonge ransuilen beginnen te roepen als de schemering begint. Zo laten ze hun oudervogels weten waar het eten naartoe moet.
Meer inzicht krijgen in het aantal ransuilen in de Krimpenerwaard, is belangrijk om de soort te kunnen beschermen.
Voor onze uilenwerkgroep is het nu de tijd om jonge ransuilen te inventariseren. Wij doorkruisen de Krimpenerwaard op de fiets, via vaste routes. Helpt u ons daarbij? Als u uilskuikens hoort bedelen in uw omgeving, geef dit dan alstublieft door aan onze werkgroep.
E-mail: ransuilen@nvwk.nl of telefonisch: 06 115 682 98 (Lilian) Belangrijk! Het welzijn en de bescherming van de uilen staat bij ons altijd op de eerste plaats. Uw melding wordt daarom nooit openbaar gemaakt.
Foto: archief ransuilwerkgroep