Valuta voor Veen: mogelijk 1515 ton minder CO2-uitstoot in polder de Nesse

Lage grondwaterpeilen, veelal ten behoeve van landbouwactiviteiten, leiden tot uitdroging en oxidatie van veengronden. Hierdoor vindt bodemdaling en CO2-emissie plaats. Dit is effectief tegen te gaan door grondwaterstanden te verhogen. De hierdoor verminderde CO2-emissie kan dan als CO2-compensatie verhandeld worden. In de Zuid-Hollandse polder ‘de Nesse’ gaat hiermee (in samenwerking met het Zuid-Hollands Landschap) een proef worden genomen. Agrarisch gebied heeft hier een natuurfunctie gekregen, waarvoor het grondwaterpeil verhoogd wordt. Er is hier een geschatte potentie om de CO2-emissie met 1515 ton per jaar te verminderen.

‘Veen’ klinkt wel ouderwets en dat is het ook. Typische Nederlandsche weidegebieden bestaan voor een groot deel uit ‘veen’. Dat bestaat uit duizenden jaren oude, metersdikke lagen plantenresten die nog niet verteerd zijn doordat ze nat gebleven zijn. Vroeger werd veen ‘gestoken’ en werd het te drogen gelegd. De droge vorm van ‘veen’ is ‘turf’ dat goed brandt in kachels. Dit gebeurt gelukkig allang niet meer, want het branden van turf is milieuvervuilend. Toch kan het nog beter!

Bodemdaling en veenoxidatie
In de provincie Zuid-Holland bestaat het grondgebied voor ruim 25% uit veengronden die zeer gevoelig zijn voor bodemdaling door veenoxidatie. Door het Planbureau voor de Leefomgeving is uitgerekend is dat de totale CO2-uitstoot uit het Groene Hart door veenoxidatie en bodemdaling gelijk staat aan de totale CO2 uitstoot door energiegebruik van alle woningen in dit gebied. De bodemdaling en veenoxidatie wordt met name veroorzaakt doordat het waterpeil in deze gebieden (steeds verder) wordt verlaagd ten behoeve van de landbouw. Door deze ontwatering droogt het veen steeds verder uit, breekt het uiteindelijk af en daalt de bodem. In Zuid-Hollandse Veengronden is de bodemdaling soms wel 1cm per jaar. Per mm bodemdaling komt per jaar gemiddeld 2.2 ton CO2 per ha vrij. Bij 1cm bodemdaling leidt dit dus tot 22 ton CO2-emissie per ha per jaar.

Valuta voor Veen
Samen met andere partners is de Green Deal Nationale Koolstofbank (GDNK) opgericht. Dit is een organisatie die officiële CO2-certificaten uitgeeft aan partijen die vrijwillig hun CO2-emissies verminderen. De certificaten worden voor de proeftuin De Nesse pas uitgegeven nadat de deskundige commissie binnen de GDNK goedkeuring heeft gegeven aan de te gebruiken methodiek en het projectplan voor de proeftuin, waarin onder andere de onafhankelijke monitoring van CO2-emissies wordt gewaarborgd. Als in de praktijk blijkt dat de verwachte CO2-besparing daadwerkelijk plaatsvindt, kunnen de CO2-certificaten via een CO2-bank worden verhandeld aan geïnteresseerde partijen en bedrijven. Eén van de inmiddels door beoordelingscommissie goedgekeurde methodieken is ‘Valuta voor Veen’ met peilverhoging op ‘puur’ veengronden. Dit betekent dat beperking van de CO2-emissie door waterpeilverhoging in ‘puur’ veengebieden in aanmerking kan komen voor de CO2-certificaten. De afgelopen twee jaar is deze methodiek in Friesland succesvol door onze collega’s toegepast.

Weidevogels in de Nesse
De NMZH en Zuid-Hollands landschap willen dit nu ook in Zuid-Holland in de praktijk brengen in polder ‘de Nesse’ in de Krimpenerwaard. Het Zuid-Hollands landschap is eigenaar van ‘de Nesse’. Dit gebied van 259ha had vroeger een agrarische bestemming, maar het Zuid-Hollands landschap heeft stappen ondernomen om het gebied een natuurdoelstelling te geven. Hier moeten de biodiversiteit toenemen en weidevogelkolonies kunnen broeden en leven. De NMZH heeft als initiatiefnemer van ‘Valuta voor Veen’ in de Nesse berekend dat deze polder een geschatte potentie heeft om de CO2-emissie met 1515 ton per jaar te verminderen door het waterpeil met 15 cm te verhogen. Als de verwachte CO2-besparing daadwerkelijk in de praktijk aangetoond wordt, dan zullen de CO2-certificaten die met het project verdiend kunnen worden, via de CO2-bank Zuid-Holland verhandeld kunnen worden. De opbrengsten zullen dan ten goede komen aan onderhoud en beheer van het natuurgebied ‘de Nesse’. Daarnaast kan de opbrengst gebruikt worden om de natuurfunctie in ‘de Nesse’ nog robuuster te maken. Zo kan 15 cm waterpeilverhoging leiden tot een enorme ‘impuls’ voor de natuur. Het project is nog in de verkennende fase, maar wij verwachten nog dit jaar daadwerkelijk ‘Valuta voor Veen’ toe te kunnen passen in ‘de Nesse’. We verwachten dat daarna nog veel projecten in Zuid-Holland zullen volgen. Daarnaast zijn wij bezig om de methodiek voor ‘Valuta voor Veen’ met peilverhoging op ‘puur’ veengronden door te ontwikkelen voor klei-op-veengronden in combinatie met drukdrainage.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/polder-de-nesse-valuta-voor-veen/

Nieuwe datum inwerkingtreding Omgevingswet: 1 januari 2022

De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld. De Omgevingswet treedt nu (naar verwachting) op 1 januari 2022 in werking. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen dan o.a. de Wet ruimtelijke ordening en de Wet natuurbescherming (voorheen Flora- en faunawet) te vervallen. Regels over de leefomgeving (o.a. ruimtelijke ordening en natuurbescherming) komen dan in de Omgevingswet. Informatie over de Omgevingswet is te vinden op: www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl of www.omgevingswetportaal.nl”. Ter informatie hieronder het nieuwsbericht van 20 mei 2020 over de datum van inwerkingtreding de Omgevingswet. De documenten waarnaar in het nieuwsbericht wordt verwezen zijn ter informatie bijgevoegd.

“Het Rijk en de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen hebben overeenstemming bereikt over een nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met de datum van 1 januari 2022 willen zij extra tijd en ruimte bieden voor een goede invoering van de wet. Dat meldt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een brief aan beide Kamers.

In een gezamenlijke verklaring bij de Kamerbrief onderschrijven het Rijk en de koepels dat de nieuwe datum voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wenselijk en realistisch is.

Het Rijk en de koepels hebben zorgvuldig gekeken naar de voortgang van de wet- en regelgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de implementatie van de Omgevingswet. Hierbij zijn zij niet over één nacht ijs gegaan. Er kan immers maar één keer goed gestart worden met de Omgevingswet.

Alle partijen zien de voordelen van de Omgevingswet en zetten zich in voor een spoedige en zorgvuldige inwerkingtreding. Overheden hebben de Omgevingswet namelijk nodig om complexe en urgente maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie, beter het hoofd te kunnen bieden. Daarnaast is een eenvoudiger en gebruiksvriendelijker stelsel voor het omgevingsrecht ook in het belang van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Minister Ollongren: “De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de ontwikkeling en implementatie van de Omgevingswet. Het is belangrijk dat we deze energie vasthouden en ook de komende tijd voortvarend blijven doorwerken aan de wet waarmee iedereen vanaf 1 januari 2022 eenvoudiger aan de fysieke leefomgeving kan werken.”

Voorbereidingen in volle gang

Ondertussen werken overheden en ICT-aanbieders samen hard door aan de implementatie van de Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven het Rijk en de koepels samenwerken aan een soepele uitvoering van de Omgevingswet en worden de bevoegd gezagen op diverse manieren ondersteund bij het in de praktijk brengen van de wet.

Definitieve afweging

Het ontwerp van het Koninklijk Besluit met de nieuwe inwerkingtredingsdatum wordt na de zomer voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer. Als het parlement akkoord is, wordt de datum van 1 januari 2022 definitief vastgesteld.”

Bron: Rijksoverheid

Ouderkerkse plantenkenner: ‘Bermbeheer kan bijdragen aan biodiversiteit’

BERKENWOUDE/OUDERKERK A/D IJSSEL • Het bermenbeheer in de Krimpenerwaard verdient meer aandacht, vindt plantenkenner Stef van Walsum.

Bijna dagelijks fietst Van Walsum (23) langs misschien wel de mooiste berm van de Krimpenerwaard. Die ligt naast een fietspad langs de Oude Wetering tussen Ouderkerk en Berkenwoude. Dikwijls stapt hij af om de planten van dichtbij te bekijken. “Het is een ontzettend soortenrijke berm”, zegt de Ouderkerker enthousiast. “Scherpe boterbloem, grote ratelaar, koekoeksbloem; ze staan er allemaal. Laatst ontdekte ik zelfs de velddravik, een soort die op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat.”

Dat er zo veel verschillende planten in de bijna twee kilometer lange berm groeien, is volgens Van Walsum het resultaat van twintig jaar goed bermbeheer. “Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard maait deze berm twee keer per jaar. Het maaisel halen ze na een paar dagen weg, om te voorkomen dat voedingsstoffen in de grond belanden. De bodem is daardoor in de loop der jaren verschraald. Snelle groeiers als Engels raaigras, fluitenkruid, raapzaad en glanshaver voelen zich in wat voedselarmere situaties niet thuis waardoor ruimte vrijkomt voor andere soorten.”

Klepelen
Toch kiezen veel beheerders nog altijd voor om bermen te klepelen. “Bij deze methode blijven plantenresten na het maaien liggen en wordt de bodem beschadigd.” Van Walsum’s advies is om hooilandbeheer toe te passen, de methode waar het waterschap jaren geleden voor koos. “Het kost tijd, maar je krijgt er een fantastische soortenrijkdom voor terug. En je bent als beheerder goedkoper uit, want je hoeft minder vaak te maaien. Bloemrijke bermen zijn bovendien super belangrijk voor de biodiversiteit. In een versnipperd landschap functioneren ze als stapstenen voor allerlei soorten planten en insecten.”

Van Walsum, die in het laatste jaar van zijn opleiding Landscape & Enviroment Management zit, loopt momenteel stage bij Het Zuid-Hollands Landschap. De natuurorganisatie realiseert in de Krimpenerwaard een stukje van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). “Ik breng de vegetatie op hun percelen in kaart en kijk waar kansen voor kruidenrijk grasland liggen. Best lastig, want de grond is door jarenlange bemesting heel voedselrijk. Door te stoppen met die bemesting en de gebieden te vernatten wordt de uitgangssituatie al veel beter. Heel interessant om te kijken hoe het uit gaat pakken.”

Plantenbijbel
Jaren geleden tijdens zijn studie bos- en natuurbeheer raakte hij geïnteresseerd in planten. “Ik had een leraar die er ontzettend enthousiast over kon vertellen. Hij heeft me een beetje aangestoken. Elk vrij uurtje ging ik naar buiten om planten te zoeken en te fotograferen.” In het veld heeft hij altijd de ‘plantenbijbel’ op zak, om soorten te herkennen. “De Krimpenerwaard is eigenlijk niet eens zo’n heel interessant gebied voor plantenkenners. Het leuke is dat het gebied nooit goed is onderzocht. Je loopt dus al snel tegen ‘nieuwe’ soorten aan.”

Als lid van de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard geeft Van Walsum regelmatig excursies en lezingen. Hij deelt zijn kennis graag, ook over bermbeheer. “Naast dat ik het leuk vind om mensen te informeren, is het ook belangrijk. Het gaat namelijk niet goed met de natuur. Als ik kan bijdragen aan het herstel van de natuur, doe ik dat graag.”

Floris Bakker

Bron; https://www.hetkontakt.nl/regio/krimpenerwaard

Een blauwdruk om de planeet te redden

20 mei heeft de Europese Commissie haar langverwachte biodiversiteitsstrategie en de Farm to Fork (‘van boer tot bord’)-strategie bekendgemaakt. Beide plannen hebben een looptijd van tien jaar en zijn belangrijke onderdelen van de zogenoemde Europese Green Deal waarmee Europa wordt verduurzaamd en het EU-herstelplan voor de Corona-crisis. Vogelbescherming Nederland en BirdLife International zijn positief over de voorstellen van de EU. Vogelbescherming dringt er bij de Nederlandse regering op aan de voorstellen voluit te steunen en te zorgen voor volledige uitvoering.

Het gelijktijdig presenteren van beide plannen door de Commissie is opmerkelijk. Hiermee wordt erkend dat destructieve voedselsystemen niet langer de norm mogen zijn in Europa. De Commissie heeft bovendien belangrijke lessen getrokken uit de COVID-19-pandemie. Namelijk dat een gezonde planeet met een rijke biodiversiteit een noodzakelijke voorwaarde is voor een gezonde menselijke samenleving, dat de politieke keuzes moet maken op basis van wetenschap en dat er moet worden gehandeld vóórdat een crisis uit de hand loopt.

Meer natuur, minder pesticiden, natuurvriendelijke landbouw

De Commissie heeft met beide strategieën een aantal radicale stappen gezet en doelstellingen geformuleerd die de toestand van de natuur in Europa kunnen verbeteren:

·       De uitbreiding van het aantal beschermde natuurgebieden op land en op zee met 30 procent. Eén derde van deze gebieden wordt strikt beschermd – wat betekent dat er geen menselijke activiteiten mogen plaatsvinden.

·       Vermindering van het pesticidengebruik met 50%, zowel wat betreft de hoeveelheid als de toxiciteit.

·       Herstel van 10% van het landbouwareaal met natuurlijke elementen, zoals sloten, heggen en bloemstroken, om de duurzaamheid van de landbouw te verbeteren.

·       Invoering van bindende EU-doelstellingen voor natuurherstel, om cruciale, grootschalige ecosystemen zoals veenweidegebieden, moerassen, bossen en zee- en kustgebieden te herstellen. Ecosystemen die van vitaal belang zijn voor behoud van biodiversiteit en de aanpassingen aan en beperking van de klimaatverandering.

·       Reductie van gebruik van biomassa zoals bomen om energie te produceren.

Europa zet een flinke stap, nu Nederland

Met deze plannen kan de EU vooroplopen in de strijd tegen de klimaat- en biodiversiteitscrisis. Dat is hard nodig, want als we niets doen, sterven tot één miljoen soorten waarschijnlijk uit. Als de opwarming van de aarde meer dan 1,5 °C bedraagt, bedreigt dat het voortbestaan van de mensheid.

De nieuwe Europese strategieën kunnen een uitweg bieden in onze grote, mondiale crises. Maar zonder de steun en uitvoering van de 27 lidstaten wordt er weinig bereikt. Vogelbescherming Nederland – partner van de wereldwijde organisatie BirdLife International – vindt daarom dat de Nederlandse overheid beide hoopvolle strategieën moet omarmen en uitvoeren.

Want nergens in Europa is de biodiversiteit zo afgetakeld als in Nederland en nergens heeft de intensieve landbouw zo’n groot aandeel in de achteruitgang van de natuur. Tientallen vogelsoorten die zo kenmerkend zijn voor ons boerenland zijn sterk achteruitgegaan, vogels zoals grutto – onze nationale vogel –,  veldleeuwerik en zelfs de ooit zo talrijke spreeuw.

Vogelbescherming vindt dan ook dat er perspectief geboden moet worden aan boeren die een omslag willen maken naar een duurzame en natuurinclusieve landbouw, zodat zij met deze vorm van boeren een goede boterham kunnen verdienen.

Burgers verlangen naar gezonde leefomgeving

Met dit nieuwe beleid voor de EU gloort er een zonnige toekomst voor de natuur in ons land. Maar óók voor onze bewoners. Want zeer veel Nederlanders beseffen juist tijdens de huidige Corona-crisis, dat onze samenleving anders ingericht moet worden. Dat geldt zeker voor onze voedselproductie en andere takken van de economie. Burgers verlangen meer dan ooit naar een gezonde, natuurlijke leefomgeving.

Vogelbescherming doet een beroep op de Nederlandse regering om de voorstellen van de Europese Commissie te steunen en te voorkomen dat de plannen worden afgezwakt. Deze voorstellen dragen substantieel bij aan het oplossen van de klimaat- en biodiversiteitscrises die ons bestaan bedreigen. Wat de Europese Commissie vandaag presenteert, moet de nieuwe norm worden voor onze planeet!

Meer weten?

Biodiversiteitsstrategie Europese Commissie

Farm to Fork Strategy Europese Commissie

Bron: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/een-blauwdruk-om-de-planeet-te-redden Foto header: steenuil door Peter Stam

Grote zorgen om natuur in Zuid-Holland

We hebben extra investeringen nodig in de Zuid-Hollandse natuur, juist nu. Dat is de kern van de brief die zeven natuurorganisaties deze week stuurden naar de Zuid-Hollandse statenleden. De provincie is verantwoordelijk voor het natuurbeleid en heeft afgelopen jaren samen met natuurorganisaties mooie plannen gemaakt. Het nieuwe provinciebestuur lijkt deze plannen echter niet door te willen zetten maar komt ook niet met alternatieven. Het lijkt er zelfs op dat er wordt bezuinigd op natuur. En dat terwijl de druk op de natuur in Zuid-Holland het grootst is van heel Nederland en de urgentie nog nooit zo hoog was. De natuurorganisaties uiten hun zorgen in de commissievergadering Klimaat, Natuur en Milieu van de Provinciale Staten die op 15 april heeft plaatsgevonden. Daarom roepen de gezamenlijke natuurorganisaties de provincie op om juist nu te investeren in natuur.

Meeste inwoners, minste natuur
De druk op de groene ruimte is nergens in Nederland zo hoog als in Zuid-Holland. Zuid-Holland heeft van alle provincies de meeste inwoners maar de minste natuur (6% tegen gemiddeld 15%). Samen met de provincie waren we op weg om te investeren in natuur. Door werk met werk te maken, zou dit ook positieve effecten hebben op de lokale economie, de kwaliteit van de leefomgeving, het oplossen van de stikstofcrisis, de mogelijkheden om te recreëren, het tegengaan van en aanpassen aan klimaatverandering of de verduurzaming van de landbouw. Door nu fors te bezuinigen op natuur lijkt de provincie een andere koers in te slaan. Groene programma’s en projecten zijn zonder overleg verdwenen. Alex Ouwehand, directeur van de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, geeft aan: “Er wordt nu meer bezuinigd op de natuur dan in geïnvesteerd. Terwijl er nog maar 16% (!!) van de oorspronkelijke biodiversiteit van onze provincie over is. Zuid-Holland verdient beter dan dat!”

Investeren in natuur voor iedereen
Natuurbeheer en -ontwikkeling behoort namelijk tot de kerntaken van de provincie en er liggen wettelijke verplichtingen aan ten grondslag; de provincie moet haar natuur beschermen. Ouwehand: “Iedereen is het er toch over eens dat een groen en duurzaam landschap een voorwaarde is voor een gezonde toekomst van onze kinderen? Laten we verstandig zijn en de voorgestelde bezuinigingen op natuur terugdraaien.” Want de ambitie van de provincie is groot. De coalitie spreekt uit dat ze versneld natuurgebieden aan elkaar willen verbinden en dat de biodiversiteit in Zuid-Holland vergroot moet worden. Het geld is er. De plannen zijn er ook. Wat op dit moment mist, is de daadkracht om gewenste resultaten te behalen. Al 10 jaar lang blijft er bij de provincie aan het einde van het jaar in de pot natuur geld ‘over’ en dit wordt naar de reservepot verschoven. Met als resultaat; er wordt niet voldoende geïnvesteerd, de natuur in deze provincie gaat achteruit én er worden nu ook nog eens bezuinigingen doorgevoerd. Dat is een dubbele bezuiniging op het leefklimaat van de Zuid-Hollander.

Toekomst
Iedereen is het erover eens: een robuuste natuur en een rijk landschap zijn onmisbaar én de voorwaarde voor een gezonde toekomst van onze kinderen. Daarom hebben zeven natuurorganisaties – Natuurmonumenten, Het Zuid-Hollands Landschap, Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland, IVN Natuureducatie, De Groene Motor, Wereldnatuurfonds en Vogelbescherming Nederland – samen plannen gemaakt; voor meer weidevogels, voor meer biodiversiteit, voor een groenblauwe leefomgeving, voor vrijwilligers en voor kinderen die de natuur keihard nodig hebben.

De gezamenlijke natuurorganisaties maakten voor de provincie een korte film van hun pleidooi.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/zorgen-om-natuur/. Foto header door Leo Markensteijn

Pimpelmezen niet voeren

In het vroege voorjaar van 2020 ontving het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) van de Universiteit Utrecht meerdere meldingen van zowel dode als zieke pimpelmezen. Het aantal meldingen van dode pimpelmezen is weliswaar laag, maar het is opvallend dat sommige melders aangeven dat er meerdere, tot wel tien stuks, dode pimpelmezen zijn gevonden in korte tijd.

De zieke pimpelmezen zitten bol, zijn suf en zijn hun schuwheid verloren. Ze kunnen tot op zeer korte afstand worden benaderd. Een aantal mensen meldt ook dat de snavel er vies uitziet. Ook in Duitsland zijn recent meer dode pimpelmezen gezien: er is een NOS bericht verschenen over een verhoogd aantal dode pimpelmezen. Ook in de Duitse media is een bericht verschenen.

Onderzoek

In de afgelopen weken heeft DWHC vijf dode pimpelmezen kunnen onderzoeken. Vier dieren hadden een longontsteking, het vijfde dier was ongeschikt om goed te kunnen beoordelen. Het is (nog) niet duidelijk waardoor de longontsteking is veroorzaakt. Opvallend is dat alle vijf  mezen mager waren, ondanks het feit dat de vogels (deels) bijgevoerd werden.

Hygiëne bij voeren

Het is nog geheel onbekend wat de mezensterfte veroorzaakt. Omdat het mogelijk om een infectieziekte zou kunnen gaan, is het belangrijk om te voorkomen dat vogels elkaar direct of indirect via een voer/drinkplek besmetten. Als er sprake is van vogelsterfte in je tuin, haal dan de voer- en/of drinkbakken weg.

Foto: Peter Stam

Heempad Journaal 40

IVN-gids Hans van Dam is geboren en getogen in Stolwijk. In de Waardvogeluitgaven van 2017 deelde hij zijn ‘Natuurherinneringen’ uit zijn jeugd in de Krimpenerwaard met ons. Later werkte en woonde hij in Boskoop waar hij zijn liefde voor de natuur gedurende vele jaren intensief in praktijk heeft gebracht. Tot op de dag van vandaag is hij zeer actief voor IVN Boskoop en in Natuurtuin De Veenmol.

Ook schrijft hij regelmatig het Heempad Journaal met allerlei leuke en interessante wetenswaardigheden over zijn waarnemingen in de natuur en langs het Heempad Verlaan. Hiernaast staat weer zijn meest recente Journaal.

Oranjetipjes zijn weer te zien

Het oranjetipje is te vinden in het Loetbos, het EZH-bos en het Krimpenerhout. Iets ten noorden van de Krimpenerwaard kun je hem zien in het Goudse Hout.
Het is echt een voorjaarsvlinder. Volgens De Vlinderstichting is het een makkelijk te herkennen vlinder, maar dat geldt voor de mannetjes, met zijn oranje vleugeluiteinden. Het vrouwtje, van bovenaf gezien, lijkt veel op een koolwitje. Vlinders hebben waardplanten; dit zijn planten waar de rups van eet. Meestal zet de vlinder ook zijn eitjes af op deze plant. Sommige vlinders hebben maar één waardplant. Wanneer deze plant verdwijnt, verdwijnt ook de vlinder. Het oranjetipje is gelukkig minder kieskeurig. De waardplanten van het oranjetipje zijn kruisbloemigen, zoals pinksterbloem, look zonder look, judaspenning, reseda, scheefkelk en damastbloem. De pinksterbloem is absoluut zijn favoriet. Hij eet niet de gehele pinksterbloem, maar alleen het zaad. De eitjes worden afgezet op planten die veel bloemen en bloemknoppen hebben, met het vooruitzicht op veel zaad dus. Een goede planner, dat oranjetipje.
De rups wordt ongeveer drie centimeter lang en is onopvallend. De pop lijkt op een stekel en zo overwintert het oranjetipje. In april en mei komen de poppen uit. De vlinders drinken alleen nectar. Mannetjes komen iets eerder uit en gaan hard op zoek naar een vrouwtje.

Foto: Man oranjetipje door Gert Blom

Vrouw oranjetipje, foto: Harry Verkerk
Man oranjetipje, foto: Harry Verkerk

Provincies en natuurorganisaties: investeren in natuur noodzakelijk

De natuur geeft ons alles wat we nodig hebben: grondstoffen, schoon water, een vruchtbare bodem, verkoeling, droge voeten en ontspanning. Maar de biodiversiteit gaat hard achteruit en dat brengt ook risico’s mee voor de samenleving. Er zijn weliswaar goede voorbeelden in Nederland van succesvolle projecten, maar het blijft lastig om met de gezamenlijke inspanningen van provincies en partners onze natuurdoelen te halen. Er is meer inspanning nodig om de natuur goed te beschermen. Dat is de gezamenlijke conclusie van natuurorganisaties en provincies op basis van het vandaag verschenen rapport Decentraal natuurbeleid onder de Wet natuurbescherming van de gezamenlijke natuurorganisaties.

De natuurorganisaties Vogelbescherming Nederland, Natuurmonumenten, de Natuur en Milieufederaties, de Waddenvereniging, SoortenNL en Dierenbescherming hebben Legal Advice for Nature en Bureau Ulucus gevraagd om in kaart te brengen hoe de provincies hun taken en bevoegdheden uitvoeren voor het natuur- en landschapsbeleid sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017.

Het onderzoek geeft een beeld van de natuurambities in provinciale visies en beschrijft de inzet van de provincies op zeven natuurbeleidsthema’s. Het onderzoek is gebaseerd op geldende wetgeving en openbare beleidsstukken tot vóór het afsluiten van de nieuwe coalitie-akkoorden uit 2019. De bevindingen geven een divers beeld en reden tot zorg: met de huidige inzet worden natuurdoelen niet gehaald.

Fred Wouters, directeur Vogelbescherming: “Natuurherstel plaatst ons voor een gigantische uitdaging. Provincies hebben daarin een belangrijke taak. Dit rapport maakt duidelijk dat er meer inzet nodig is om de natuurdoelen te halen. Maar provincies kunnen dit niet alleen. Ook het Rijk moet zijn verantwoordelijkheid nemen en het de provincies beter mogelijk maken de natuur te herstellen.”

De natuurorganisaties roepen de Provincies op om het behoud en herstel van natuur en biodiversiteit daadkrachtiger aan te pakken. Het Rijk heeft een grote bijdrage te leveren door de juiste randvoorwaarden te scheppen, waaronder een natuurinclusievere economie en samenleving.

Download het rapport Decentraal natuurbeleid onder de Wet natuurbescherming 

Nederland Natuurpositief

De provincies reageren op het rapport en wijzen op de forse extra inzet die diverse provincies samen met het Rijk op natuur doen na de provinciale verkiezingen van 2019. Die inzet heeft inmiddels het breed gedragen Nederland Natuurpositief opgeleverd en voorbereidingen voor een breed Programma Natuur zijn ingezet. Ook constateren provincies dat het rapport waardevolle aanbevelingen bevat. De provincies zien bovendien een grote druk op het gebruik van de publieke ruimte.

Gedeputeerde Peter Drenth namens de 12 provincies: “Als we willen vasthouden aan de landelijke natuurdoelen, en dat willen we, dan vraagt dat om inzet van alle betrokken actoren. Gezamenlijk wordt er gewerkt aan een natuurinclusievere samenleving. Nederland staat voor grote opgaven. Natuurbescherming, zoveel mogelijk economisch perspectief voor alle sectoren, opbouw na de coronacrisis en forse reductie in stikstofdepositie. Deze opgaven moeten zoveel mogelijk integraal worden opgepakt. Dat vraag om een nieuwe, natuurinclusieve manier kijken naar ons ruimtegebruik. En daar zijn forse investeringen voor nodig, meer dan we nu al samen doen. Omdat het één niet zonder het ander kan bestaan. En dat vraagt inzet van iedereen.”

Investeren in natuur, juist nu

Juist in tijden waarin economische ontwikkelingen weer keihard nodig zijn is het van het grootste belang, dat we blijven investeren in het veerkrachtiger maken van de natuur. Want de natuur is onmisbaar voor het menselijke bestaan op aarde. De diversiteit aan soorten dieren, planten en ecosystemen op aarde houden ons klimaat en onze leefomgeving in balans. En daarvoor is behalve investeringen in natuurherstel ook een afname van de stikstofdepositie nodig. De provincies en natuurorganisaties merken daarbij op dat investeren in Natura 2000-gebieden alleen niet voldoende is: de milieucondities voor de natuur moeten juist ook verbeteren door maatregelen buiten Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een overheidsbrede maar ook een participatieve inzet vanuit de samenleving noodzakelijk.

Samen optrekken

De provincies en de natuurorganisaties willen nauwer gaan samenwerken, met elkaar, met alle betrokken overheden, maar ook met het bedrijfsleven. Op dit moment werken natuurorganisaties en provincies al samen in projecten en bij kennisuitwisseling en communicatie richting de maatschappij. Deze samenwerking gaan we verbreden en verdiepen, conform Nederland Natuurpositief.

Bron: https://milieufederatie.nl/nieuws/rapport-natuur/. Foto header door Leo Groen